Philip in de publiciteit
Philip Kroonenberg in het Parool
Meer recensies en interviews
DENK
(Maart 2001)
Rubriek: CD Tips
'Philip Kroonenberg * Magic magicians I'
Onbekend maakt onbemind. Van Philip Kroonenberg heeft de gemiddelde muziekliefhebber nog nooit gehoord, dus waarom zou hij goed zijn? 's Mans carrière in een notedop: bejubeld door de pers, genegeerd door het volk. En dat terwijl de Scheveningse singer/songwriter op zijn derde soloalbum andermaal met speels gemak helden als Ry Cooder en J.J. Cale naar de kroon steekt. Sfeervolle en uiterst relaxte schommelstoelbluesjes met uitzicht op de woestijn en soms een uitstapje naar Trinidad of New Orleans, waar Kroonenberg een overtuigend grommende Dr. John-stem opzet. Pure magie zonder hocus pocus, en alle twaalf hot.

Copyright © 2001 DENK - alle rechten voorbehouden
Door:
Jeroen Aarten
(2001)
'Philip kroonenberg * Magic magicians II'

Philip kroonenberg (ex Freelance Band), een klasse apart op de akoestische gitaar, heeft al zijn hele leven songs geschreven en opgetreden voor publiek. Het uit brengen van zijn liedjes is in Nederland echter geen eenvoudige taak, maar allerhande baantjes verschaften hem de nodige financiële middelen om zijn werk toch onder de aandacht van een groter publiek te brengen. Na zijn dertigste ging hij psychologie studeren en is nu als psychotherapeut werkzaam in de verslavingszorg. Verslavend is ook zijn muziek.

Zijn twee vorige albums onder eigen naam, Natural Causes (1995) en Grounded (1998) gingen helaas aan de meeste mensen voorbij, terwijl ze toch een beter lot verdienden. Laten we hopen dat het met dit nieuwe album beter gaat. In de nummers zijn de invloeden soms duidelijk te traceren. Zo is Big Black Hole vergelijkbaar met J.J. Cale en komt ook iemand als Mark Knopfler soms in gedachten, al is die invloed minder herkenbaar en ben ik misschien wel de enige die dat idee heeft.

De stijl wordt nadrukkelijk niet geïmiteerd, ze lijkt er af en toe alleen op. In ieder geval zijn ze niet de slechtste referenties om belangstellenden mee over de streep te trekken.
Nog onlangs trad Kroonenberg op in het voorprogramma van Oleta Adams. Hopelijk is het publiek dat bij die optredens aanwezig was gecharmeerd geraakt van de muziek van Kroonenberg en heeft hij de schare liefhebbers weten uit te breiden. Magic Magicians verdient alle aandacht en vooral prima verkoopcijfers.


Copyright © 2001 - alle rechten voorbehouden
DENK
(Maart 2001)
Rubriek: CD Tips
'Philip Kroonenberg * Magic magicians I'
Onbekend maakt onbemind. Van Philip Kroonenberg heeft de gemiddelde muziekliefhebber nog nooit gehoord, dus waarom zou hij goed zijn? 's Mans carrière in een notedop: bejubeld door de pers, genegeerd door het volk. En dat terwijl de Scheveningse singer/songwriter op zijn derde soloalbum andermaal met speels gemak helden als Ry Cooder en J.J. Cale naar de kroon steekt. Sfeervolle en uiterst relaxte schommelstoelbluesjes met uitzicht op de woestijn en soms een uitstapje naar Trinidad of New Orleans, waar Kroonenberg een overtuigend grommende Dr. John-stem opzet. Pure magie zonder hocus pocus, en alle twaalf hot.

Copyright © 2001 DENK - alle rechten voorbehouden
Door:
Jeroen Aarten
(2001)
'Philip kroonenberg * Magic magicians II'

Philip kroonenberg (ex Freelance Band), een klasse apart op de akoestische gitaar, heeft al zijn hele leven songs geschreven en opgetreden voor publiek. Het uit brengen van zijn liedjes is in Nederland echter geen eenvoudige taak, maar allerhande baantjes verschaften hem de nodige financiële middelen om zijn werk toch onder de aandacht van een groter publiek te brengen. Na zijn dertigste ging hij psychologie studeren en is nu als psychotherapeut werkzaam in de verslavingszorg. Verslavend is ook zijn muziek.

Zijn twee vorige albums onder eigen naam, Natural Causes (1995) en Grounded (1998) gingen helaas aan de meeste mensen voorbij, terwijl ze toch een beter lot verdienden. Laten we hopen dat het met dit nieuwe album beter gaat. In de nummers zijn de invloeden soms duidelijk te traceren. Zo is Big Black Hole vergelijkbaar met J.J. Cale en komt ook iemand als Mark Knopfler soms in gedachten, al is die invloed minder herkenbaar en ben ik misschien wel de enige die dat idee heeft.

De stijl wordt nadrukkelijk niet geïmiteerd, ze lijkt er af en toe alleen op. In ieder geval zijn ze niet de slechtste referenties om belangstellenden mee over de streep te trekken.
Nog onlangs trad Kroonenberg op in het voorprogramma van Oleta Adams. Hopelijk is het publiek dat bij die optredens aanwezig was gecharmeerd geraakt van de muziek van Kroonenberg en heeft hij de schare liefhebbers weten uit te breiden. Magic Magicians verdient alle aandacht en vooral prima verkoopcijfers.


Copyright © 2001 - alle rechten voorbehouden
RTM
(Nummer 13 2001)

Door: MN
'Philip Kroonenberg * Magic magicians III'

Een nieuwe van Philip Kroonenberg en ik denk dat hij met de titel de medewerkende muzikanten in het zonnetje wil zetten.
Dat mag ook wel want er worden op deze CD aardig wat mooie klankdekentjes gespreid. Eventjes terzijde vermelden dat Philip nog steeds met onwezenlijk gemak de Nederlandse J.J. Cale speelt in Give It to You, Big Black Hole en Monkeys, maar daar houdt het mee op.

Verder niets dan Kroonenberg en kondigt met zwier het eerste lentezonnetje aan in Patsy en Speechless Girls, twee songs met een prettig exotisch karakter via een Afrikaans klinkende gitaar en in het tweede geval ook een stralend accordeonnetje, dat nogmaals opduikt in Time, naast een sprankelende elektrische gitaar. Die gaat dan weer tekeer in Television, een song met een ongemeen gedreven beat. In de akoestisch gerichte songs War en 80 maken respectievelijk de dobro en de viool het mooie weer uit.
Een krols klarinetje zorgt voor een licht vaudevillesfeertje in Pushing and Pulling en Life on the Run heeft een hoog jugband-gehalte.

De 'magicians' van dienst zijn Sjoerd van Bommel (drums, percussie) Jeroen Vierdag (bas), Sjoerd Plak (elektr. gitaar, dobro), Fred Manders (accordeon), Nard Reijnders (klarinet) en Nello Mirando (viool). En ze hebben voorwaar een pracht van een CD'tje uit hun gemeenschappelijke hoed getoverd.


Copyright © 2001 RTM - alle rechten voorbehouden
Zwolse Courant
(Vrijdag 2 februari 2001)

Door: Hans Piët
'Philip kroonenberg * Ik ben een speld in een hooiberg'

Singer/songwriter Philip Kroonenberg uit Den Haag is een man die de donkere kant van het leven maar al te goed kent.
Hij weet wat het is om verslaafd te zijn aan alcohol en drugs en hij kent de moeilijke weg om weer 'clean' te worden. Philip hoef je niets wijs te maken over de verschillende gezichten van het Rock 'n Roll-leven.

Hij nam platen op in luxe studio's in Nashville, maar moest aan de andere kant toezien hoe platenmaatschappijen de deur in zijn gezicht dichtsmeten. Geen wonder dat deze man liedjes schrijft met diepgang. want hij weet immers waar hij het over heeft. Zijn nieuwe CD heet Magic Magicians en daarop verkent Kroonenberg als een soort Ry Cooder alle kruisbestuivingen van Amerikaanse rootsmuziek. Om die plaat te promoten tourt hij momenteel met Oleta Adams. Een mooie kans om zijn muziek aan een breed publiek te laten horen. Want hoewel hij al meerdere solo-albums op zijn naam heeft staan, wil het met de bekendheid van Philip Kroonenberg nog niet zo vlotten.

Solo-Pad

'Daarom moet ik naar de mensen toe,' zegt hij zelf. 'want uit zichzelf vinden ze me niet. Ik ben een speld in een hooiberg.' En toch heeft Philip een flinke staat van dienst in de rockwereld opgebouwd. In de jaren tachtig was hij gitarist van de roemruchtige Freelance Band en later richtte hij samen met Ad Vanderveen de groep Personnel op, waarmee tot in Amerika furore zou worden gemaakt. Vervolgens begaf Kroonenberg zich op het solo-pad en maakte een aantal CD's die hem in vakkringen niets dan schouderklopjes opleverden.
Maar van die schouderklopjes kan Philip de kachel niet laten branden en daarom is hij behalve muzikant psychotherapeut.
'Als je in Nederland wilt bestaan van muziek die niet commercieel is, dan heb je het heel moeilijk,' weet Kroonenberg. 'Maar gelukkig kan ik mijn ei kwijt en dat werk staat niet zo ver van mij af. Aan het begin van de jaren tachtig ben ik namelijk zelf in de knoop gekomen met alcohol en drugs. Coke en speed, ik gebruikte het vrolijk door elkaar. Ik was een klein Herman Broodje. Maar eigenlijk meer een kadetje, want ik hield het niet vol zoals hij. Ik kon er lang zo goed niet tegen. Ik was dertig toen ik in therapie ging om van die verslaving af te komen.'

Dat lukte wonderwel en vervolgens stapte Kroonenberg de muziek weer in. 'Maar toch wilde ik iets doen met wat ik allemaal had geleerd tijdens die therapie,' zegt hij. 'Daarom ging ik als een bezetene boeken lezen over psychologie en begon met een regelrechte zelfstudie. Op een gegeven moment was ik zover dat ik allemaal vrijstellingen kreeg en tot de postdoctorale opleiding voor psychotherapeut werd toegelaten. Ik koos de analytische richting en dat paste goed bij mij, want daarbij gaat het immers om een ruim hart voor een beetje gekke mensen. In die tijd had ik naast de muziek een baantje als conciërge, maar die opleiding heb ik in een keer gedaan. Toen ik klaar was, kreeg ik een registratie als psychotherapeut. Ik zit nu in de verslavingszorg in Den Haag en ben verantwoordelijk voor een paar afdelingen.'

Eigen kracht

Kroonenberg is dus echt iemand die in dit leven alles op eigen kracht voor elkaar bokst. Dat geldt ook voor zijn platen. 'De opnames van mijn drie solo-CD's heb ik zelf betaald. Ik zei op een gegeven moment tegen mezelf: Ik ga niet zitten wachten tot een platenmaatschappij een keer met mij in zee wil gaan. Nee, ik maak gewoon op eigen kosten een plaat. En dat is nu drie keer goed gegaan. Ik heb geleerd om het op mijn manier te doen. Als je positief tegen het leven aankijkt, kom je heel ver. Maar die mentaliteit heb ik mezelf aan moeten leren. Nadat ik van mijn verslaving af was, wist ik het zeker: Dit nooit meer. Ik had tot dan toe niets anders gedaan dan met mijn hoofd naar beneden rondlopen in een heel klein cirkeltje. En eindelijk hief ik mijn gezicht omhoog.'

De nieuwe CD van Philip wordt ook in Duitsland uitgebracht en de kans bestaat dus dat zijn carrière als muzikant alsnog in een stroomversnelling raakt. 'Ik hoop niet dat het zover komt dat ik een keuze tussen de muziek en de hulpverlening moet maken,' aldus Kroonenberg.

Want ik vind beide verschikkelijk leuk. Tot nog toe heb ik het heel goed kunnen combineren, al is het soms wel zwaar. Want voor zo'n tour met Oleta Adams ben ik dagen achtereen op pad tot diep in de nacht. Maar ik moet de volgende ochtend wel weer naar mijn werk. Gelukkig rook en drink ik niet en dan houd je het lang vol. En ik fiets ook nog eens veel. Elke dag drie kwartier heen en terug naar mijn werk. Dat klinkt niet erg Rock and Roll, maar het houdt me wel op de been.'

Verlegen

Philip Kroonenberg vindt zichzelf beslist geen popmuzikant. 'Popmuzikanten willen iets bereiken, maar ik wil de mensen iets geven. Iets waar ze wat aan hebben. Ik heb het idee allang laten varen om iets te bereiken. Ik wil alleen nog maar een plaat maken met muziek die ik zelf graag zou willen hebben. En die wil ik dan weer weggeven. Ik heb er dan ook moeite mee om er geld voor te vragen. Ik verkoop mijn CD's meestal bij optredens en dan voel ik me altijd en beetje verlegen en schuldig. Maar ja, ik moet wel, want ik moet toch uit de kosten komen.'


Copyright © 2001 Zwolse Courant - alle rechten voorbehouden
De Telegraaf
(Zaterdag 24 februari 2001)

Door: Jip Golsteijn
'Philip kroonenberg * Ik zit in de muziek voor de meisjes'

De dag voor ik Philip Kroonenberg spreek heb ik de Golden Earring gezien in de schouwburg van Gouda. Bassist Rinus Gerritsen, toch geen sentimenteel man, vertelde me bij die gelegenheid dat hij zijn auto op de vluchtstrook had geparkeerd, om zich in alle rust te kunnen concentreren op een song van J.J. Cale die hij nog niet kende. Had de maker van 'Call Me The Breeze' een album gemaakt zonder dat hij, een van zijn grootste fans, het had gemerkt?

Tot Gerritsens verbazing bleek het nummer dat als een krent boven kwam drijven in de brij die Hilversum dagelijks over ons uitstort, afkomstig te zijn van Philip Kroonenbergs laatste CD. Zo zag je maar weer: er waren meer Nederlanders in staat Amerikaans niveau te halen.
Philip Kroonenberg (48) neemt het compliment-om-een-hoekje gracieus in ontvangst. Hij werpt bijvoorbeeld niet tegen dat de Amerikanen in Nashville, die hem en Advanderveen, toen ze nog Personnel vormden, volstrekt serieus namen, toen ze daar negen jaar geleden hun album 'Continuing Stories' kwamen opnemen, ook al geloofden dat ze goud hadden aangeboord. Kroonenberg is het grand café waar we hebben afgesproken binnengekomen in Bünhekleding, gitaarkoffer bij zich. Het toeval wil dat hij ook op weg is naar Gouda, waar hij het voorprogramma van Oleta Adams zal verzorgen, zoals hij de voorgaande tien dagen al heeft gedaan, voor publiek dat hij als 'bijna AVRO' omschrijft, maar voor wier 'beleefde interesse' hij zich dankbaar toont. Kroonenberg is het prototype troubadour die komt opdraven waar ze hem maar willen hebben en altijd zijn best doet, zij het dat men krijgt wat men krijgt: altijd eigen werk, de relatieve onbekendheid ervan ten spijt.

Vernedering

'Ik ben de enige jongen uit een gezin van vier kinderen. Yvonne is mijn op één na oudste zuster. In mijn positie kan je óók de klerenkast van oma op zolder plunderen, of juist fanatiek gaan schaduwboksen voor de spiegel. Ik heb de gemakkelijke weg van de artiest gekozen. Zolang ik me kan herinneren was ik te kwikzilverig om me ergens lang op te kunnen concentreren, gitaarspelen inbegrepen. Studeren was uit den boze. Daar ben ik pas een beetje mee begonnen boven mijn dertigste. Ik was jaloers op Yvonne omdat ze te allen tijde zichzelf kon vermaken. Daar had ik gezelschap voor nodig, hoe groter hoe beter. Liefst damesgezelschap. Wat dat betreft was ik een klassieke rocker: ik maakte muziek om meisjes te krijgen. Dat heb ik geheim proberen te houden vanaf het moment dat ik merkte dat muziek heilig hoort te zijn, maar op deze gevorderde leeftijd kan ik het wel bekennen. De verklaring ligt ongetwijfeld in mijn jongste jeugd. Ik was een klein, bangelijk jongetje, dat altijd gered moest worden door één van mijn zusters, de ultieme vernedering. Muziek maken is mijn methode om wraak te nemen op het zwakke geslacht, dat ik als ijzersterk zie.'

'Gek genoeg ben ik in de muziek helemaal niet bang. Als het moet, ga ik ongevraagd voor een menigte staan te pingelen en in mijn teksten geef ik inzicht in de diepste krochten van mijn ziel. Maar dat kan omdat ik me beschermd voel door mijn gitaar. In een van mijn liedjes noem ik die The Six String Gun. Dat geeft al aan wat het ding voor me betekent. Ik kon bij wijze van spreken al spelen zodra ik er een had opgepakt. Ik hoor mijn eerste gitaarleraar nóg tegen mijn vader zeggen: 'Ik maak de beste flamencospeler van Nederland van hem'. Mijn vader schudde zijn wijze hoofd. Daar was ik toen verontwaardigd over, maar hij kende mij beter dan ik mezelf op die leeftijd. Ik wilde hooguit leren door osmose, bijvoorbeeld door, net als Jimi Hendrix, met mijn gitaar te slapen. Tot op de dag van vandaag doe ik precies wat ik kan. Niets meer, niets minder. Ik sta er altijd van te kijken als ik origineel wordt gevonden. Want wat bij mij voor originalteit moet doorgaan is het resultaat van acceptatie van mijn beperkingen. Als ik iemand als Rens van der Zalm hoor spelen bekruipt me een gevoel van grote schaamte: zo had ik - misschien - kunnen klinken als ik er net zoveel studie in had gestoken als hij.'

'Op het commerciële niveau waarop ik werk zijn collega's schepen in de nacht. Bands kan ik nooit lang houden. Personnel was niet eens een echte band, maar een samenwerkingsverband dat Ad en mij min of meer was opgedrongen, door mensen die het goed met ons meenden. Er kwam een einde aan toen de financiële resultaten ver achterbleven bij de artistieke.'

Psychotherapeut

'Ik mag mezelf rustig een harde werker noemen, maar soms wilde ik dat ik net zoveel tijd en moeite in muziek had gestoken als ik in drank en drugs heb gedaan. Ik begrijp nog niet hoe ik het ooit zover heb kunnen laten komen. Want ik heb niets met die Chet Baker-romantiek, net zo min als het holier than thou van ex-junks. Ik geef als psychotherapeut al te veel advies in metaforen: je moet een lekke band niet blijven oppompen, maar eerst plakken. Ik ben in dat leven gerold door pure indolentie. Maar ik ben er pas mee opgehouden toen ik zelf door begon te krijgen wat vrienden, kennissen en familie me al jaren vergeefs hadden proberen duidelijk te maken: dat ik meer tijd in whisky, speed en cocaïne stak dan in muziek en hard op weg was naar een vroeg graf. Niemand is te helpen die zichzelf niet wenst te helpen. Dat is de grote les die ik heb geleerd als psychotherapeut in een afkickcentrum. De emotie die me het vaakst overvalt als ik aan die tijd denk is spijt van de tijd die ik heb verspild. Maar dat kan de leeftijd zijn. Per slot van rekening heb ik op deze gevorderde leeftijd meer verleden dan toekomst.'


Copyright © 2001 De Telegraaf - alle rechten voorbehouden
Haagsche Courant
(24 januari 2001)
Rubriek: Pop
Door: Hans Piët
'Een hekel aan huiswerk'

Kippenvel. Voor wie luistert naar 80 op Magic Magicians, het nieuwe album van Philip Kroonenberg, is het onvermijdelijk, zo hartverscheurend mooi is de ode aan zijn moeder.
'Nadat ik het had geschreven en aan haar liet horen moesten we allebei huilen', zegt de zanger-componist in zijn werkkamer in Scheveningen, terwijl hij weer volschiet.
'Het staat er allemaal in. Ze is nu 82 jaar, maar heeft, door haar ziekte mutiple sclerose, al 40 jaar het energieniveau van iemand die op het punt staat naar bed te gaan. Mijn vader overleed op 62-jarige leeftijd aan longkanker, maar hij had de sigaretten, dan ook bijna 50 jaar zowat brandend uit zijn zak gehaald.'

Zonder het te beseffen is Philip in zijn familiegeschiedenis gedoken. 'Mijn vader maakte ook liedjes. Drie teksten van de Freelance Band: Love, Hit or Miss en Night after Night' waren eigenlijk van hem. Hij zei: zet ze maar op joue naam, want als het dan hits worden en ik ga dood, hoef je geen successierechten te betalen. Ik heb het toen geaccepteerd, maar er altijd spijt van gehad. want, het is toch pronken met het werk van een ander, ook omdat het de beste teksten uit die periode zijn. Mijn vader was een talenwonder. Hij schreef en las 14 talen en kon in al die talen ook heel poëtische teksten schrijven. Hoewel hij leraar Engels was, had hij artistieke aspiraties. Hij speelde viol en gitaar, regisseerde toneelstukken op school en was aan een boek begonnen. Maar hij was, door de Tweede Wereldoorlog, geblokkeerd en had al zijn hoop op mij gevestigd. Op zijn sterfbed, door een hersenbloeding geveld, heb ik Poison Ivy, dat hij als zijn favoriete tekst zag, nog voor hem gezongen.'

Philip aarzelt en zegt dan: 'Hij had hetzelfde narcistische, dat ik ook heb. hij miste de zelfkritiek. Verschil is misschien, dat ik net iets meer talent heb.'

Als Philip Kroonenberg niet musiceert, verdient hij zijn brood als psychotherapeut in de verslavingszorg. Hoewel die kant van zijn bestaan noot eerder een artistieke voedingsbodem vond, staan er op Magic Magicians twee nummers die duidelijk zijn geïnspireerd door zijn dagelijkse werk namelijk Monkeys en Give it to You.
'wat ik mij later realiseerde was, dat ik eigenlijk altijd op twee manieren iets voor de mensheid heb willen betekenen. Wie het negatief wil uitleggen, kan ook zeggen, dat ik altijd belangrijk heb willen zijn. Misschien omdat ik als jongste, met drie oudere zussen, constant bang was de aansluiting bij het peloton te missen.'

Eén van de gevolgen daarvan is dat Philip alleen zijn eigen teksten wil zingen. 'Ik speel nooit werk van anderen. Daar vind ik niks aan. Misschien omdat ik altijd het gevoel heb het niet goed genoeg te kunnen. Maar ook om het feit, dat ik geen zin heb me in teksten van anderen te verdiepen. Daar ben ik te lui voor. Als ik het wel doe, voor bijzondere gelegenheden, dan voelt het als huiswerk. Dan vind ik muziek ineens helemaal niet leuk meer. Wat mij boeit, is een liedje maken en uitvoeren. Mijn probleem is alleen, dat ik aan de groep nooit zo goed kan uitleggen hoe het moet worden gespeeld. Wat dat betreft, ben ik ontzettend blij met mijn producer - en gitarist - Martijn van Campen. Hij kan het wel. Dat ik nu zo goed klink, heb ik volledig aan hem te danken. Gelukkig is Martijn me nog niet zat, dus er komt meer. Zo ga ik binnenkort een plaat opnemen met kinderliedjes - Philip is vader van Patsy (tweeënhalf) en Dunja (5 weken) - en is Martijn bezig met het mixen van een nederlandstalig album dat ik heb gemaakt met twee collega's (Parnassia). Die liedjes maken was een nieuwe ervaring voor me, want als ik schrijf, is het in het Engels. Dat komt gewoon omdat ik van kinds af naar negers heb geluisterd. Er is zelfs iemand, die in het hiernamaals kan kijken en meent dat mijn gidsen een paar neger-muzikanten uit 1800 zijn'.

Wat het alleen schrijven betreft hoopt Philip in de toekomst zijn leven te beteren. De eerste aanzet daartoe is op Magic Magicians terug te vinden. Daarop deelt hij het schrijverschap deels met Martijn van Campen, Sjoerd van Bommel en Jeroen Vierdag.

'Ik vond het altijd heel normaal dat de groep mijn nummers ging doen. Ik dacht: je moet blij zijn dat iemand ze maakt. Pas later ben ik gaan beseffen dat het voor hen heel iets anders is wanneer het een succes wordt. Ik was ook altijd een beetje beledigd als ze met andere musici gingen spelen.
Ik verwachtte gewoon het centrum van het universum te zijn. Maar, dat is sterk afgenomen. Op de volgende CD wil ik proberen bij de muziek echt samen te werken. De teksten blijven van mijn hand'.

Philipszaal

Philip Kroonenberg als voorprogramma van Oleta Adams in Den Haag. Op woensdag 24 januari. Aanvang: 20.15 uur. Ook: 30 januari: Stadstheather, Zoetermee en 31 januari: Schouwburg Gouda.


Copyright © 2001 Haagsche Courant - alle rechten voorbehouden
Haags Straatnieuws
(nr 12 - november 2002)

Door: Jill Stolk Het Haags Straatnieuws is een maandelijks blad van en voor dak- en thuislozen.

Foto's: Philip Kroonenberg en Ronald Hoeben.

'Eindelijk samen: Philip en Yvonne'


Geen Haagse ex-verslaafde die hem niet kent. Geen lezer die niet van haar weet. Philip en Yvonne Kroonenberg. Broer en zus staan binnenkort samen op de planken van literair theater Branoul, met een uniek programma, exclusief voor Den Haag.

'Wat we gaan doen? We doen maar wat', zegt Yvonne Kroonenberg spontaan. 'Maar dat betekent niet dat we gaan oefenen; de teksten worden van tevoren uitgekozen en de liedjes eveneens. Het idee om samen op te treden is van Henk Oonk van Branoul. Die kent ons allebei. Dit programma is alleen bedoeld voor Den Haag. Hagenaars die komen kijken worden uitgenodigd om mee te praten.'

Broer en zus Kroonenberg zijn goed op elkaar ingespeeld, van huis uit, van jongs af aan. Yvonne: 'Als we in een gezelschap waren zagen we alleen elkaar en waren we altijd aan het kakelen'. Boven hen zijn nog twee zussen en het viertal kon altijd aardig met elkaar overweg. "Hardwerkende zussen", noemt ze de twee oudsten die door hun aard en aanleg de openbaarheid niet zoeken, zoals de twee jongsten van het gezin Kroonenberg.
Philip en Yvonne zijn grote vrienden van elkaar. Kroonenberg over haar broer: 'Ik heb Philip twee keer zien optreden met een grote band, maar in Branoul speelt hij alleen. Ik vind het leuk om hem van dichtbij te zien en samen te werken. Daarom heet het ook: Aan het werk'.


Psychotherapeut

Yvonne Kroonenberg: Psychologe en schrijfster, met een eigen programma 'Ferme Jongens' op zondagavond, RTL4, is Amsterdammer. Ze heeft nu eenmaal een liefde voor deze stad opgevat die door dik en dun gaat.
Onaangenaam gedrag en grapjes ten koste van anderen, geregistreerd bij haar stadsgenoten, neemt Kroonenberg op de koop toe. 'Ik ben nog een keer teruggeweest in Den Haag. In '71 heb ik samengewoond met de mondharmonica-speler van Livin' Blues.' Maar na die periode van anderhalf jaar woont Kroonenberg weer in Amsterdam waar ze nu eenmaal thuis is. Maar geen kwaad woord over de stad waar ze een deel van haar jeugd heeft doorgebracht: 'Ik hou wel van Den Haag'.
Philip Kroonenberg, musicus en als psychotherapeut werkzaam bij Verslavingszorg Parnassia, is een echte Hagenaar die met zijn gezin vlak bij de zee woont. Als jongste van de vier kinderen wordt hij in Rotterdam geboren. Later verhuist de familie naar Den Haag. Vader Kroonenberg werkt als leraar Engels tweeëntwintig jaar aan het Johan de Witt College. Philip: 'Maar mijn vader kon ook goed schrijven. Liedjes. Gedichten. Als hij een brief schreef was die helder van Stijl. Niet deftig. Yvonne heeft het schrijven zeker van mijn vader'. Met veel respect en waardering vertelt hij over hun moeder die hij de laatste zestien jaar van haar leven intensief begeleid heeft. 'Ze was verpleegkundige in hart en nieren, gespecialiseerd in de krankzinnigenzorg, zoals dat toen nog heette. Mijn moeder kon goed luisteren en had een groot inlevingsvermogen.'
Eigenschappen die bij de kinderen Kroonenberg duidelijk herkenbaar aanwezig zijn.

Slotakkoord

Philip wordt muzikaal aangemoedigd door zijn vader die hem de eerste akkoorden op de 'ukelele aanleert.
Als dertienjarige schrijft hij zijn eerste liedjes. In 1980 publiceert hij zijn eerste album 'Rough 'n Tough' met de Freelance Band.
Als een rode draad blijft het componeren en uitvoeren van eigen liedjes door zijn leven lopen.
Het hoort bij zijn stijl. 'Ik maak compacte liedjes, met weinig akkoorden. Ik maak muziek zoals het mij te binnen schiet. Mensen vragen altijd naar mijn stijl. Het is geen blues, ook geen folk; het gaat om mijn eigen ritmes en je herkent Caraïbisch en Calypso'.
Een lied van zijn laatste CD Magic Magicians, uitgevoerd door de Philip Kroonenbergband gaat als volgt:

When you're down and out
And you don't know what to do
Hop on this rhythm
Let it get to you
When you're all confused and you
Don't remember who you are
Let me talk to you
Through my old guitar

I want to give it to you

Philip schrijft zijn teksten in het Engels, Zo gaat het nu eenmaal. Misschien komt het door die allereerste liedjes uit de folk blues. Misschien is het de invloed van zijn vaders vak. Hij ziet de overeenkomsten tussen zijn zusters werk en het zijne. 'Net als Yvonne. Yvonne heeft een heel eigen geluid. Haar teksten hebben ook een ritme. Haar columns hebben ook een slotakkoord.'

Copyright © 2002 Haags Straatnieuws - alle rechten voorbehouden
OOR
(nr 6 - 24 maart 2001)

Door: Marcel Haerkens
'Philip Kroonenberg'

Zijn onlangs verschenen derde album Magic Magicians benadrukt het nog eens ten volle; Philip Kroonenberg behoort tot de top van het Nederlandse singer-songwritersgilde.

De Scheveningse zanger/gitarist loopt dan ook al heel wat jaartjes mee. In atletiekterminologie zou zijn carriere in de categorie hink-stap-sprong vallen. Als veertienjarige treedt hij al op met de rhythm & blues-groep Birdland en tot 1972 vormt hij met monharmonica-speler Tim Bergen een duo a la Sonny Terry & Brownie McGhee. Vervolgens staat hij vijf jaar lang op non-actief.
'Ik was nog jong en nam mezelf en de wereld nog niet zo serieus,' zegt hij terugblikkend. 'Het schrijven van liedjes vond ik aanmatigend. Een vreemdsoortige vorm van bescheidenheid, die natuurlijk niet erg productief werkt.' Q65-gitarist Frank Nuyens, met wie hij enkele jaren in de Freelance Band speelt, stimuleert hem uiteindelijk pen en gitaar weer op te nemen. In de jaren '80 en '90 maakt hij deel uit van talloze groepen, waarvan Personnel, een samenwerkingsverband met Advanderveen, wellicht de bekendste is.
Op het solodebuut Natural Causes ('95) komt zijn schrijverschap tot volle bloei en hij onderkent als afgestudeerd psychotherapeut de louterende kracht van het tekstdichten. 'Voorheen registreerde ik meestal letterlijk de feiten, maar tegenwoordig sta ik meer stil bij het gevoel dat een bepaalde situatie teweegbrengt. Je gaat kijken wat er nou echt aan de hand is en probeert jezelf steeds meer te ontbloten. Ik heb gemerkt dat dit me ook in mijn persoonlijke leven meer opbrengt.'
Naast intieme, autobiografische ontboezemingen geeft hij op Magic Magicians ook blijk van een grote maatschappelijke betrokkenheid, waarbij er evenwel voor gewaakt wordt paternalistich te klinken. 'De mensen een spiegel voorhouden, maar mezelf niet sparen, daar komt het op neer.'
Voor de live-optredensheeft hij Erik Rutjes (gitaar), Arthur Lijten (drums) en Jeroen Vierdag (bas) gerekruteerd, want Kroonenberg houdt van een vol groepsgeluid. De groove speelt een essentiele rol in zijn smeltkroes van Amerikaanse rootstijlen, waarin hij haast achteloos - typerend voor zijn muziek - Caribische invoeden verweeft.
'Mijn vader luisterde naast gospel, oude blues en Franse chansons veel naar calypso. Dat is mijn basis. Ik heb ontzettende voorliefde voor in Afrika gewortelde muziek; zowel de ritmes als de melodieen. Toen ik een jaar of zeven was en nauwelijks twee akkoorden kende, probeerde ik die liedjes al op de ukelele na te spelen. Ze zijn zonnig, vrolijk, dandbaar en er straalt en enorme warmte vanaf. Je wordt boven het dagelijkse uitgetild en is dat uiteindelijk niet de bedoeling van alle kunstvormen?'


Copyright © 2001 OOR - alle rechten voorbehouden
Gitaar plus
(nr 7 - september 2001)

Door: Nicky Moeken
'Onverkoopbaar Philip Kroonenberg'


Hij lijkt er niet door gefrusteerd. Philip Kroonenberg componeert aanstekelijke liedjes vol sfeervolle teksten, soms vrolijk, soms somber en speelt op een aparte manier gitaar. Zo gaat hij als muzikant al 35 jaar door het leven. een leven waarin de muziek centraal staat, maar ook met veel voorspelbare ups en downs. Zijn muziek is eigenzinnig. Soms neigt het naar Ry Cooder, dan weer naar traditionele blues tot zelfs cajunmuziek. Die mix van stijlen en sfeer is een grilligheid waar een geordende platenmaatschappij niets mee kan. Veelzijdigheid kan een groot publiek nooit aanspreken. Onverkoopbaar dus! Nicky Moeken ontdekt al snel dat het Philip een worst zal zijn.

Hij is onafhankelijk. Maar leeft daardoor niet zonder risico's. De laatste drie albums heeft hij met toch een fors prive-budget geproduceerd.
Telkens zijn er dan toch wee voldoende fans die zijn muziek zien zitten. Als dan het 'break-even' punt nadert staat de volgende CD alweer in de planning.

Zijn vader stond aan de basis van zijn muzikale carriere. Als hij acht jaar oud is leert hij akkoorden op een ukelele en speelt hij met Leadbelly simpele folkliedjes na. Nooi echt les gehad en altijd te lui om intensief te suderen, ontdekt hij al snel dat zijn grote kracht in het componeren ligt.

'Mijn eerste akoestische gitaar kwam bij Theo Dellen, een bekende gitaarreparateur in Den Haag, vandaan. Het was een driekwart model dat een paar jaar later vervangen werd voor een klassiek model van Oscar Teller. Op deze gitaar speel ik nog steeds, alleen thuis. Ik speel bij optredens wel akoetisch, maar niet klassiek. Als ik veertien ben treed ik met mijn schoolbandje op, dan nog met een zwarte elektrische plank van Eko die ik bij Ronald Suiker op de de kop had getikt.
Tegenwoordig heb ik een eigen stijl met het spelen met mijn vingers ontwikkeld, maar toen speelde ik met een plectrum. Zo rond 1966 werd dit bandje de begeleidingsgroep van The Indiscrimination met John Lagrand op mondharmonica en Nicko Christiansen als gitarist en zanger, die ruim een jaar later samen met Ted Oberg in Livin' Blues succesvol zouden worden. (zie hier)'

Moederdag is het feest voor de winkelier.

Nadat Philip een paar jaar met zijn Oscar Teller kroegjes had afgelopen, kwam hij in contact met Ton van Bergeyk. Die leerde hij de double bass fingerpicking.

'Ik kon het een beetje, maar wat veel gitaristen wel zullen weten is dat Ton uiteindelijk in Nashville terechtkwam en met onder andere Dobro-specialist Stephan Grossman prachtige albums met prima gitaarwerk heeft uitgebracht. Hij deed iets wat ik absoluut niet kon opbrengen, namelijk achttien uur lang per dag op een gitaar studeren. Als het duo Philip & Sonny haalden we zelfs de tweede prijs op het Loosdrechtse jazz concours oude stijl en traden in die periode erg veel op. En dat terwijl ik jazzmuziek nooit echt begrepen heb! Ik hield meer van allerlei soorten pop, niet al die experimenten. Ik loop bijvoorbeeld nog steeds in dezelfde kleren als veertig jaar geleden, wel nieuw, maar niet anders. Mode is uitgevonden om kleermakers geld te laten verdienen. Zo deed mijn moeder nooit mee aan moederdag, omdat ze vond dat het een feest voor de winkels was.'

Door de wisselvalligheid van muzikanten, maar ook muziekstijlen zo rond 1975 besloot Kroonenberg met een paar kenissen een nieuwe band te starten, die op alle fronten vrijblijvend moest zijn. We zagen toen al, dat het moeilijk zou zijn om met zo'n band de kost te verdienen. Eerst nog zonder drummer!

'The Freelance band is ontstaan door mijn vriendschap met Frank Nuyens en John Lagrand. Frank had zijn sporen als gitarist in Q65 ruimschoots verdiend en wilde wel eens iets anders. John kende nog een bassist, Aad van Pijlen, uit zijn periode met de band Himalaya. En met z'n vieren vormden we de basis van de band. Af en toe kwam Eelco Gelling, die inmiddels bij de Golden Earring gitaar was gaan spelen, mee jammen. Hij had met Frank in de periode dat hij nog in de omgeving van Assen woonde leren kennen en samen speelden ze ooit in de voorloper van Cuby & The Blizzards, de groep Red, White and Blue.
Zelf was ik weer opnieuw begonnen. Ik zat daarvoor in een dip, schreef geen goede nummers, ik zag alleen maar betere spelers om me heen. Ik voelde me in die periode erg gefrustreerd. Maar met Frank klikte het. Door hem ben ik ook op een Martin gaan spelen. Hij had zo'n Martin met een driedelig achterblad (een D35, red). Bij Servaas in Den Haag hadden ze vijf Martins hangen en uitgerekend werd ik verliefd op een dure D41. Ruim drieduizend gulden heb ik toen betaald en daar speel ik nog steeds op.'

The Freelance Band werd door platenmaatschappij CNR als de grootste revolutie in de Nederlandse gitaarwereld gelanceerd. Ik - Nicky - had net bij het dagblad de Telegraaf de commerciele poppagina Hitscore gecreeerd toen de welbekende Peter van Dooren, jawel van Music & Harmony, me deze revolutie met de plaat Rough 'n Tough kwam laten horen. Samen met de Tros deden we toen nog in alle kranten en tijdschriften van het Telegraafconcern plaatpromoties van opkomende Nederlandse bands, maar toch moest The Freelance Band het onderspit delven tegenover de nieuwste elpee van George Baker. Beter voor het Telegraaf-publiek. Een beperkt publiek bleef de band ruim acht jaar trouw, waarna The Freelance Band werd ontbonden en Philip samen met Urban Heroes-drummer Ad van der Rhee Electric Kroonenberg startte.

Behalve de akoestische gitaren heb je dus ook elektrische modellen gehad.

'Ik heb ze nog steeds. een heel arsenaal zelfs. Mijn Stratocaster komt uit 1960. Het is zo'n L-serie model, dat ik aan het begin van de zeventiger jaren voor 675 gulden (Euro 306, red) van een percussionist van Bobby's Children kon overnemen. Iedere keer als ik hem tegenkom vraagt 'ie of ik hem nog heb. Inmiddels is de gitaar zoveel waard - ik heb een bod van achttienduizend gulden gehad - dat ik hem wat zorgvuldiger behandel. Maar zelfs als ik ooit nog in financiele moeilijkheden zou komen ga ik nog liever putjes scheppen dan dat ik deze gitaar zou verkopen. Toch was mijn telecaster uit 1969 mijn favoriete gitaar. Kon ik heerlijk op spelen. Ik kocht ook andere aantrekkelijke gitaren, zoals een gretsch Tennesean uit 1960 en een zwarte Les Paul uit 1974. De Gibson kocht ik eigenlijk op het moment dat ik met elektrisch spelen stopte. Maar over mijn Fender Twin klonk dat ding fantastisch. '

Ook in Personnel speelde Philip vooral elektrisch. Samen met Advanderveen componeerde hij de muziek voor de eerste twee CD's, waarbij de tweede, internationaal geproduceerde CD - zie ook het interview met Ad, elders in deze editie - Continuing Stories tot het grootste succes van de band gerekend mag worden. In de zomer van 1992 beloten Ad en Philip ieder hun eigen weg te gaan. Nadat Philip nog even een nieuw bandje geprobeerd had werd het tijd voor om alleen en onder eigen naam verder te gaan. Drie albums schreef en produceerde hij in eigen beheer. Wel speelden verschillende gastmuzikanten op deze albums. Als in 1994 het album Natural Causes uitkomt, dan zijn de solopartijen vooral van gitarist Bart-Jan Baartmans die Philip aan Martijn van Campen voorstelt. In alle verdere producties wordt Kroonenberg dan door van Campen bijgestaan. In de bijna Cajun-achtige mix van het in 1998 verschenen album Grounded wordt de basis van een akoestische gitaar, een elektrische gitaar en drums, creatief aangevuld door accordeon en cello. Martijn produceert dan niet alleeen, maar speelt ook basgitaar. Weliswaar financiert Philip dit album, maar het spreekt Job Zomer, de directeur van het platenlabel Munich Records aan en hij besluit dit album te distrubueren.

Hoe versterk je de akoestische Martin gitaar?

'Ik zag Doc Watson ooit met zijn zoon in het Haagsche Diligentia-theather en meteen was ik door het versterkte geluid beinvloed. Ik ben toen naar de kleedkamer gestapt om te vragen wat voor element in zijn akoestische Gallagher zat. Zijn zoon vertelde dat ze een Hot Top plakelement gebruikten, maar voor mij was dat het niet. Zo kwam ik bij Thoe Scharpach in Bergeyk terecht. Hij instaleerde een Sunrise klankelement en een piezo in de brug. Vervolgens had ik een schakelaar waarmee ik tussen beide elementen kon kiezen. In de praktijk staan ze echter allebei permanent open.'

In januari 2001 verschijnt een nieuwe CD Magic Magicians. Weliswaar zijn de muzikanten nu zes maanden later weer hun eigen weg gegaan, Philip heeft nu een jonge band 'muzikale honden', zoals hij ze zelf noemt.

Hoe zit dat met zo'n groot leeftijdsverschil?

'Met deze band treed ik nu op. Ik noem ze Magic Magicians en kwam ze eigenlijk via Martijn en drummer Sjoerd van Bommel, die op de laatste twee albums meegespeeld had, tegen. Zij gaven de suggestie van Arthur Lijten als drummer. Maar die zag het niet echt zitten. Totdat hij ons in het voorprogramma van Noah in het Amsterdamse Carre zag spelen. Hij was gewoon een lekker avondje uit met zijn vrouw. Gelijk daarna had ik hem aan de telefoon, het klikte. Vervolgens brengt Arthur twee vriendjes mee, Reyer Zwart en Erik Rutjes. Alhoewel ik nog steeds met Jeroen Vierdag op basgitaar speel, valt Reyer steeds vaker in. Jeroen krijgt steeds meer werk, dus dit was een prettige bijkomstigheid. Bovendien speelt Reyer ook gitaar en mandoline, dus kan hij ook anderen vervangen.'

Philip kan zich nu volledig concentreren op zijn akoestische gitaarspel. Hij wordt wel vergeleken met Ry Cooder, maar vindt dat dat helemaal niet kan. Door zijn variaties in muziekstijlen zijn slagjes soms van tony Joe White of Ry Cooder herkenbaar. Hij vindt echter het slidewerk van Ry Cooder net zo belangrijk.

'...en dat kan ik absoluut niet. Ik zou het graag willen. Mijn stijl beperkt zich echt tot het vingerwerk. En op zich is dat best bijzonder. Ik gebruik vooral mijn wijsvinger als een plectrum. door de wisseling van mijn vingers heb ik steeds een ander geluid. Mijn gitaarleraar Okker Toeternel heeft me ooit een truc geleerd, waardoor mijn nagel niet bezwijkt onder het geweld. Snaren werken als een vijl op mijn nagels. Ik knip daarom twee rondjes uit een theezakje en plak die dan om mijn duim heen met superlijm. Het heeft nauwelijks effect op het geluid, en mijn nagel blijft heel. Om de haverklap sprak ik weer iemand, die een beter systeem had, maar iedere keer kom ik hier weer op terug. Ik heb het helemaal in orde, zo. Ook soleren doe ik op een speciale manier. Ik speel solo's met mijn duim, zodat ik accenten kan leggen.'

Philip Kroonenberg verkoopt tusssen de duizend en tweeduizend albums en heeft zojuist voor een komend project een nieuwe deal. Hij speelt regelmatig in het land, maar een lijst op lange termijn maakt hij niet. Kijk daarom op zijn website voor de laatste informatie en zijn laatste optredens.

(Dit interview werd in de tuin van Casa Benelly gehouden. Onze dank voor de gastvrijheid en goede zorgen)


Copyright © 2001 Gitaar Plus - alle rechten voorbehouden